het jongste gedicht staat bovenaan
maart
het is maart
Het is maart. Het regent.
Het huis is leeg op een kater na.
Hij slaapt, wat het huis leger maakt.
Het is maart, het regent en
het huis is leeg. Ik zet woorden op
papier. Ik zet ze neer als bloemen
in een vaas. Maart, huis, leeg.
En ertussen, voor de steun, regen.
De druppels houden aan, kliederen
van het raam. Het is maart
en ik plaats een vaas: lelies,
kattenstaart en uitschieters als gras.
Alles houdt elkaar op zijn plaats.
De kater het huis. De regen het raam
en maart deze woorden: wij bestaan.
Max Temmerman
februari
voornemen
Je hebt je dingen voorgenomen. Zo te worden, zo niet te zullen zijn,
méér van dat ene of juist dry om er vanaf te komen, de scherpe boordjes,
het roken, de verdoving. Eindelijk zul je op tijd
dus tel je eenheden, cijfers, wijzers, je houdt vol en bindt in
verliest het overbodige — en de betovering, je bidt
en dan kom ik. Een holte, een pitstop
uit het zicht van de kijktoren.
In mij ontspruit zich alleen ondergronds
wat eetbaar is, in mij sneeuwt regen
in mij draagt iedereen een masker
om terug te keren in zichzelf.
Lize Spit
januari
aan de haard
we hebben afgesproken dat iets weer begint
een nieuw vermoeden volgens oude wetten
we zetten ons rond vuur dat proppen krant
waarin vanuit nepgouden zachte stoelen
hardheid was aangezegd tot as verslindt
we schuilen voor de wind die blossen blaast
op kille huid, die waait van wat geweest
van wat wellicht, van liefgehad terwijl
het buiten broeide, van dat wij evenzeer
van sterrenstof zijn als de keukenkast
als het behang waarin de ogen van een kind
zien wat die nog niet snappen, en kijk het spul
voor volgend feest ligt nu al schuchter op
de schappen, we hebben afgesproken dat
heel dat alweer alweer als nieuw begint
de nachten hangen half over de dagen
en ondergronds wringt alles van het wroeten
pianovingers vinden op het laatst hogere
toetsen, wit getinkel of het groeten van
een heggenmus die al van lente zingt
Joke van Leeuwen